zaterdag 5 januari 2019

Het Smurfenlied

Pierre Kartner was weer eens boos. Deze keer omdat Maarten van Rossem iets onaardigs had gezegd over 'Het Smurfenlied'. En kritiek op zijn werk, daar kan meneer Kartner niet tegen. Dan is hij direct verongelijkt. Maar goed, de storm in dit glaasje water zal ook wel weer gaan liggen. Het incident is wel een goede gelegenheid om het lied op zich eens beter te bekijken. 

'Het Smurfenlied' werd in 1977 als single uitgebracht en zou de grootste hit voor Vader Abraham – het alias van Kartner – worden. Sindsdien lijkt het erop dat hij ongeveer claimt, de geestelijk vader van het blauwe volkje te zijn. Althans wel dat hij hen de grote bekendheid heeft gebracht. De bedenker van de Smurfen is uiteraard de Belgische tekenaar Peyo. 

In het intro van het lied is duidelijk het direct herkenbare geluid van de Fluitsmurf te horen. Daarom is het vreemd, want overbodig, dat Kartner later in het lied vraagt, of de Smurfen op een blokfluit kunnen spelen. Wat mij verder opvalt, is dat vlak voor het refrein voor het eerst wordt gezongen, na een instructie van de melodie door diezelfde Fluitsmurf, de luisteraar even op het verkeerde been wordt gezet. De regels 'Dit is een lied met een leuk refrein' en 'Jullie zijn groot en wij zijn klein' hadden beter in volgorde gewisseld kunnen worden. Nu lijkt het er immers op, dat de tweede zin het refrein is, terwijl deze zin nergens in het lied herhaald wordt, toch een kenmerkende eigenschap voor een refrein. Het echte refrein blijkt het 'la la la' – gedeelte te zijn. 

Iets anders waar ik mijn bedenkingen over heb, is of de Smurfen fysiek werkelijk door een waterkraan en een sleutelgat zouden kunnen gaan. Aangenomen dat de bekende poppetjes van ongeveer drie en halve centimeter hoogte schaal 1:1 zijn, zou dit tot zeer pijnlijke en beklemmende situaties voor de betrokkenen kunnen leiden.
Als producer lijkt Kartner een ware dictator te zijn. Bij het tweede refrein neemt een Smurf de vrijheid om een goed in het arrangement passende melodiepartij te zingen. Dit wordt door Kartner echter meteen als 'verkeerd smurfen' bestempeld. “Zing eens netjes mee!”, wordt het blauwe ventje toegesnauwd, waarop het direct doet wat er gezegd wordt. "Yes, sir!".
De vraag 'Gaan jullie met die muts naar bed?' toont aan dat het lied stamt uit de tijd voordat de term 'muts' tevens een negatieve betiteling voor een vrouw zou worden. Nu zouden luisteraars gelijk bedenkingen kunnen krijgen omtrent de relatie tussen de Smurfin en haar mannelijke dorpsgenoten. 

Behalve op bluffen wat betreft de waterkraan en het sleutelgat, zijn de Smurfen ook te betrappen op een leugen: Als Kartner vraagt of zij, net als mensen, ook gaan slapen, antwoorden zij dat zij slechts drie maal moeten gapen. Terwijl er toch afbeeldingen bestaan van in bed slapende Smurfen.

Als aan het eind van het nummer het refrein weer wordt ingezet, blijkt Kartner wat milder te zijn, of minder oplettend dan bij het tweede refrein. Waarschijnlijk dezelfde Smurf improviseert weer, maar wordt dit keer niet terecht gewezen. De sfeer in de studio is wat meer ontspannen. Er wordt wat gelachen. De vraag blijft of de Smurfen ook bleven lachen toen 'Het Smurfenlied' een grote hit werd, en zij voor hun medewerking - naar alle waarschijnlijkheid - geen cent ontvingen.